Het Europees Parlement heeft deze week ingestemd met een Europees verbod op riskante en ongedekte handel in de zogenaamde Credit Default Swaps. Deze ingewikkelde financiële producten kunnen een zeer schadelijk en versterkend effect hebben als het vertrouwen op de financiële markt omlaag schiet. Ook geeft het beleggers mogelijkheden om te gokken op een failissement van bijvoorbeeld Griekenland, zonder dat ze daar zelf risico op lopen. Met de aangenomen voorstellen behoort dit tot het verleden.
Credit Default Swaps staan in een kwaad daglicht sinds de Griekse schuldencrisis. Een Credit Default Swap verzekert een belegger ervan dat hij zijn geld terugkrijgt als een land of bedrijf niet meer aan zijn verplichting kan voldoen. Beleggers werden er van beschuldigd met behulp van Credit Default Swaps te speculeren tegen Griekse staatsobligaties, zonder dat ze die obligaties zelf werkelijk bezaten (oftewel 'ongedekt' handelen). Aan deze praktijk komt nu een einde.
Naast het verbod komt ook het speculeren op een koersdaling van aandelen en staatsobligaties onder streng toezicht te staan. Dat is dringend nodig omdat de Europese schuldencrisis pijnlijk laat zien hoe groot de invloed van de financiële markten is op de stabiliteit van onze euro. Ook wordt het steeds meer duidelijk hoe nauw onze financiële markten in Europa met elkaar verbonden zijn. Een lappendeken van nationale regelgeving heeft niet gewerkt. Juist om die reden is een Europese aanpak voor ingewikkelde financiële producten hard nodig. De Europese toezichthouder op de financiële markten (ESMA) krijgt daarom meer informatie over hoe de handelsstromen lopen en kan direct ingrijpen wanneer het mis dreigt te gaan.
De nieuwe regels voor shortselling zijn het resultaat van maandenlange onderhandelingen tussen het Europees Parlement en de lidstaten. Landen als Nederland hadden terechte bezwaren bij het verbod omdat zij bang zijn dat de uitgifte van hun staatsobligaties duurder wordt. Dit bezwaar is gelukkig ondervangen. Nationale toezichthouders kunnen om een tijdelijke uitzondering vragen als ze aan kunnen tonen dat de kosten daadwerkelijk stijgen. De voorstellen zijn wat dat betreft gebalanceerd. Ik ben wel kritisch op het feit dat lidstaten geen toestemming hoeven te vragen aan de Europese toezichthouder voor deze uitzondering, maar dit nog steeds op eigen houtje kunnen doen.