Op woensdag 19 oktober presenteerde de Europese Commissie de plannen rondom het Trans-Europese Netwerk (TEN-T). Dit is een Europees plan met infrastructuurverbindingen over weg, spoor en water. Het bevat een Europees transportfonds dat samen met co- financiering door lidstaten zelf, lidstaten helpt te bouwen aan infrastructuur. De inzet is een Europees logistiek kernnetwerk , waar heel Europa baat bij heeft, zeker ook Nederland vanwege onze grote logistieke sector.
De plannen van de investeringsstrategie in het Trans- Europese Netwerk zullen binnenkort inzet van discussie zijn in het Europees Parlement. Het (relatief beperkte) Europese budget moet wat mij betreft vooral ingezet worden voor grensoverschrijdende schakels in het netwerk. Ook is meer aandacht voor vervoer over water en overslagfaciliteiten noodzakelijk.
Voor mij is het van groot belang dat de grensoverschrijdende verbindingen meer aandacht krijgen. Juist op die trajecten is er een Europese meerwaarde te halen. Het is voor Nederland als transportland uiterst belangrijk dat ons achterland goed en snel te bereiken is. Met name op het gebied van binnenvaart kan nog veel worden verbeterd, aangezien slechts 1% van het TEN-T budget aan binnenvaart wordt besteed. Dit kan beter, want vaarwegverbindingen, zoals de aansluiting van Terneuzen op de Seine Nord en die van het IJsselmeer naar de Oostzee zijn voor de ontwikkeling van het Europese transportnetwerk nodig. Ik vind dat het geld van de TEN-T is bedoeld om het algemene Europese vervoernetwerk te verbeteren en niet zozeer locale of nationale transportnetwerken.
Het Trans-Europese Transportnetwerk (TEN-T) is een netwerk van alle belangrijke doorvoerroutes in Europa en een overzicht van de ontbrekende schakels daarin. Als het netwerk straks voltooid is, zal het ruim 90.000 kilometer aan snelweg, 90.000 kilometer aan spoorlijnen en ruim 10.000 kilometer aan vaarwegen bevatten, met verbindingen naar 210 binnenhavens, 290 zeehavens en 370 luchthavens. Om dit netwerk aan te leggen is (beperkte) Europese cofinanciering beschikbaar, naast de bijdragen die lidstaten zelf moeten doen om de infrastructuur aan te leggen.