Vandaag werd er in het Europees Parlement gestemd over het rapport over de situatie van alleenstaand moederschap in Europa. Het aantal alleenstaande moeders in Europa wordt steeds groter. In 2030 zullen er tussen de 22 en 29 procent meer alleenstaande moeders zijn dan nu het geval is. Daarom is het belangrijk om met deze speciale groep in de beleidsvorming rekening te houden. In Nederland is dat bijv. al het geval. Hier zijn fiscale voordelen als ondersteuning van het alleenstaand moederschap beschikbaar.
Europa roept op om familiecentra op te richten gericht op alleenstaand moederschap. Daarnaast zouden fiscale voordelen in alle 27 lidstaten moeten gelden voor alleenstaande moeders die naast het opvoeden van hun kinderen ook gaan werken. Ook zouden bedrijven fiscale voordelen moeten krijgen als ze alleenstaande moeders in dienst nemen.
Het rapport was er vooral op gericht om meer steun te vragen voor het alleenstaand moederschap in Europa. Vooralsnog is dit een onzichtbare bevolkingsgroep, hoewel al maar liefst 5% van de bevolking hieruit bestaat. Van deze groep is meer dan tweederde aan het werk. Deze moeders hebben moeite om het gezinsleven en hun professionele leven te combineren. Daarom is het noodzakelijk dat de samenleving hiermee beter rekening gaat houden door bijv. in bedrijven kinderdagverblijven op te richten. Voorkomen moet worden dat deze groep vrouwen geïsoleerd raakt en in armoede moeten leven. Daarnaast is met het oog op de vergrijzing het belangrijk dat deze groep alleenstaande moeders aan het werk blijven. Dit is ook beter voor onze economie.